|
De beoordelingsformulieren die ontwikkeld
zijn, zijn opgebouwd in drie delen, skiprestatie, fysieke prestatie en
sportinstelling. Per onderdeel geeft de trainer een statuscijfer tussen
de A – F, de drie onderdelen samen geven een advies status voor de skiër.
De beoordelingsformulieren worden niet alléén maar gebruikt
voor het bepalen van de status. Na elk trainingskamp neemt de trainer
samen met de skier het beoordelingsformulier door om de trainingsweek
te evalueren.
Aan de hand van de advies status en de verschillende statussen per onderdeel
weet de skiër waar hij/zij staat en waar hij/zij aan moet werken.
Om te komen tot een advies status uit de drie verschillende onderdelen
tellen de eerste twee onderdelen éénmaal mee en het derde
onderdeel twee maal (dit geldt niet voor de senioren). De beoordeling
van de sportinstelling weegt tweemaal mee in de totale eindbeoordeling,
omdat blijkt dat vooral de sportinstelling van de skiër uiteindelijk
voor de grootste beperking van de prestatie kan zorgen tijdens de junioren
periode.
De drie verschillende onderdelen zijn opgebouwd uit de volgende subonderdelen:
| Skiprestatie |
·
Wedstrijdresultaten |
| |
·
Skitechnische vaardigheden |
| Fysieke
prestatie |
·
Conditie testen |
| |
·
Fysieke gesteldheid |
| Sportinstelling |
·
Mentaal |
| |
·
Logistiek |
| |
·
Sociaal |
|